Template Image 8

Hoogbegaafdheid

Visie t.a.v. meer- en hoogbegaafdheid

Kinderen ontwikkelen zich niet allemaal op dezelfde manier en in hetzelfde tempo. Op onze school proberen we daar zo goed mogelijk rekening mee te houden. Door middel van ons onderwijs willen wij ook voldoen aan de specifieke onderwijsbehoefte van het begaafde kind. Wij zijn wij ons ervan bewust dat niet ieder (begaafd) kind gelijk is. Er zijn altijd kinderen die een nóg specifiekere benadering nodig hebben dan het gemiddelde (begaafde) kind. Deze kinderen krijgen een eigen traject in overleg met de IB-er, HBG specialist, ouders en leerkracht. De aanpassing in het leerstofaanbod en de begeleiding van de leerling is een vast onderdeel in de zorgstructuur.

 

Doelgroepbeschrijving:

  • Hoogbegaafd. Deze leerlingen hebben een IQ boven de 130 en beschikken ook nog over een aantal specifieke persoonskenmerken.
  • Meerbegaafd. Deze leerlingen hebben een IQ tussen de 115 en de 130. Daarnaast beschikken ze over een aantal specifieke persoonskenmerken, echter minder sterk dan hoogbegaafden.
  • Ontwikkelingsvoorsprong. Bij kleuters kun je nog niet spreken van hoogbegaafdheid, omdat kleuters zich sprongsgewijs ontwikkelen. Een kleuter kan dus een tijdelijke voorsprong hebben. Daarom wordt de term ontwikkelingsvoorsprong gebruikt. Het kan ook een indicatie zijn voor een structurele snelle vooruitgang.
  • Talent op één gebied. Deze leerlingen hebben op één gebied behoefte aan een uitdagend onderwijsaanbod.

Intelligentiecurve:

intelligentiecurve

Intelligentie wordt gemeten met een intelligentietest. Hoogbegaafden hebben een IQ hoger dan 130. Meerbegaafden hebben een IQ tussen 115 en 130. Een gemiddelde leerling heeft een IQ van 100.

Werkwijze Jan Ligthart

Op onze school werken we middels een stappenplan die bestaat uit onderstaande onderdelen:

  1. Signalering (over welke kinderen hebben we het)
  2. Diagnostiek (onderzoek, meer informatie m.b.t. het gesignaleerde kind)
  3. Leerlingbegeleiding

Voor het signaleren en diagnosticeren van (hoog)begaafde leerlingen wordt gebruik gemaakt van het instrument ‘Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid’ (DHH), van Sylvia Drent en Eleonoor van Gerven. Dit is een interactief, web-based instrument dat ondersteuning biedt bij de begeleiding van (hoog)begaafde leerlingen. Het digitaal handelingsprotocol is geen vervangend systeem voor het meten van de intelligentie, maar geeft wel op adequate wijze aan of en hoe het onderwijs en leerstofaanbod aangepast zou moeten/kunnen worden.

Opstellen van een groepsplan/handelingsplan

Als de module diagnostisering is afgerond, beschik je over een grote hoeveelheid informatie van een leerling. De leerkracht is nu klaar met het verzamelen van gegevens om tot een groepsplan en waar nodig een individueel handelingsplan en/of ontwikkelingsperspectief te kunnen komen. Daarbij worden onderscheid gemaakt tussen meerwerkers en hoogwerkers.

  • De meerwerkers worden opgenomen in het groepsplan (per vakgebied).
  • De hoogwerkers krijgen een individueel handelingsplan. De leertrajectkaart (didactisch handelen) en de begeleidingstrajectkaart (pedagogisch handelen) uit de DHH kunnen helpen om bovengenoemde plannen op te stellen.

Meerwerkers en Hoogwerkers.

Globale richtlijn is:

  • Meerwerkers: (eerste leerlijn) (ongeveer 10-15 % van alle leerlingen) is bedoeld voor begaafde leerlingen en leerlingen met een beperkte didactische voorsprong. De eerste leerlijn is ook geschikt voor kinderen die in één vak uitblinken.
  • Hoogwerkers: (tweede leerlijn) (ongeveer 2-3% van alle leerlingen) is bedoeld voor hoogbegaafde leerlingen en leerlingen met een ruime didactische voorsprong.

Het verschil tussen de twee leerlijnen zit in de mate waarin het reguliere leerstofaanbod wordt gecompact en vervangen wordt door een verrijkingsaanbod. Het verrijkingsmateriaal voor de meerwerkers is voor een brede groep kinderen geschikt. De moeilijkheidsgraad van het materiaal is hoger dan van het reguliere materiaal. Het materiaal maakt geen deel uit van het reguliere leerstofaanbod maar sluit daar inhoudelijk wel op aan.

Het verrijkingsmateriaal dat gebruikt wordt voor de hoogwerkers is voor een minder brede groep toegankelijk. Het materiaal is speciaal ontwikkeld voor hoogbegaafde kinderen. Het materiaal biedt onderwerpen of vakken die buiten het reguliere curriculum vallen en dus een aanvulling zijn op de kerndoelen van het basisonderwijs.

Leerlingen bij wie met name de werk- en leerstrategieën nog niet goed ontwikkeld zijn, hebben meer moeite om te werken met materialen die zijn opgenomen in leerlijn voor de hoogwerkers.

Onderpresteren

Onderpresteren is langdurig /structureel minder presteren dan waartoe het kind in staat is. Onder structureel verstaan wij minstens een half jaar onder zijn/haar niveau presteren. Hoogbegaafde kinderen lopen bij een inadequate begeleiding een grote kans op onderpresteren (Peters, 2007; Whitley,2001). Het is bijzonder lastig om een onderpresteerder weer te laten presteren en meestal is hier ook specifieke (vaak externe) begeleiding bij nodig. Het is van belang ook onderpresteerders tijdig te herkennen en de begeleiding te geven die ze nodig hebben.

Specialist

Bij ons op school is Mariek de Vreeze de begaafdheidsspecialist. Zij heeft specifieke competenties op het gebied van:

  1. Onderwijs aan meer- en hoogbegaafde leerlingen
  2. Meer en (hoog)begaafdheidbeleid
  3. Coaching en begeleiding

De begaafdheidsspecialist heeft de Cedin Post HBO-opleiding Specialist excellent leren en (hoog)begaafdheid gevolgd. Daarnaast heeft zij nog diverse Masterclasses gevolgd.

Werkgroep

Op school is een werkgroep die zich bezighoudt met het onderwijs aan (meer- en hoog)begaafde leerlingen. Uit elke bouw is iemand vertegenwoordigt. De werkgroep heeft regelmatig overleg met elkaar. De werkgroepleden koppelen alle kennis en informatie terug aan de collega’s van de desbetreffende bouw. Het onderwerp is ook een vast agendapunt in de bouwvergaderingen.

Ouders

Ouderbetrokkenheid vinden wij erg belangrijk. Bij de signalering worden ouders direct betrokken. Er is een gesprek met de leerkracht en eventueel de intern begeleider en de begaafdheidsspecialist. We vragen ouders vragenlijsten in te vullen en/of te bespreken om een compleet beeld te krijgen van de leerling. Ook de begeleiding en de ontwikkeling van de leerling wordt regelmatig met ouders besproken.

Oudergesprekken

De ontwikkeling van de leerlingen worden in ieder geval drie keer per jaar met de ouders besproken. In november gaat het voornamelijk over de sociaal emotionele ontwikkeling. De leerkracht vertelt hoe het kind op school is (in groepsverband, pauzes, tijdens het werken, etc.). De ouders vertellen hoe hun kind thuis is, vooral op sociaal emotioneel gebied. Ouders kennen hun kind immers het beste.

In februari en juni worden de leervorderingen met de ouders besproken aan de hand van het rapport-folio. Hierin zijn gegevens van het leerlingvolgsysteem opgenomen. Ook zitten er in het rapport-folio werkjes van de kinderen.

Naast de leervorderingen wordt er tijdens deze gesprekken ook gesproken over het kind zelf. Hoe pakt de leerling het werk aan, is het een doorzetter, gaat de leerling met plezier naar school, etc. Er wordt dus niet alleen naar de cognitieve kant gekeken.

Het is altijd mogelijk tussentijds een gesprek met de groepsleerkracht van uw kind(eren) te hebben.

Ouderwerkgroep

We hebben binnen de school een ouderwerkgroep opgericht. Dit om van gedachten te wisselen hoe we het aanbod voor deze leerlingen nog beter kunnen afstemmen op de behoeften die er liggen. Het doel van de werkgroep is dat dit als een klankbord fungeert en dat men ook ervaringen uitgewisseld kunnen worden. Ook willen we de eventuele expertise van de ouders en/of verzorgers willen inzetten om ons aanbod te kunnen verrijken.

De werkgroep streeft ernaar om vier keer per jaar bij elkaar te komen. Tijdens deze bijeenkomsten proberen we ook altijd een deel van de hbg-coördinatoren hierbij aanwezig te laten zijn. De specialist, intern begeleidster en directie is hierbij altijd aanwezig.

Visitatie Begaafdheid Profiel School (BPS)

In april 2019 is onze school bezocht door een visitatiecommissie van de BPS vereniging. Zij hebben gekeken of ons onderwijs voldoet aan de criteria die gesteld worden. De commissie heeft gesproken met een aantal ouders en leerlingen. Daarnaast hebben ze in alle klassen gekeken en zijn er gesprekken gevoerd met het team en het bestuur van de school. De commissie heeft een zeer positief advies aan de BPS vereniging gegeven. Ze waren onder de indruk van onze werkwijze en gaven aan de documentatie die we hadden gestuurd in overeenstemming is met de praktijk. Nu is het nog even wachten op het rapport en op het bericht dat het bestuur het advies overneemt. Zodra dat het geval is zullen we u berichten. Wij zijn superblij dat ons dit gelukt is. We zijn daarmee straks de tweede school in de provincie die de titel ‘BPS school’ mag voeren. We hebben nu gewaardeerde erkenning voor onze leerlijnen voor de kinderen die het leren lastig vinden, voor de ‘gewone leerling’ en voor de leerling voor wie de basisstof te makkelijk is.

Junior Master Class

Voor de leerlingen van groep 7 en 8 is er een bovenschoolse plusklas; Junior Master Class. De Junior Master Class is één dag in de week op de woensdag. Hier zitten leerlingen van verschillende scholen en schoolbesturen bij elkaar in de groep.